In
De Kronieken van Narnia: Prins
Caspian, de tweede film in de serie
Disney-verfilmingen van de klassieke verhalen van C.S. Lewis, worden de
vier Pevensie-kinderen op mysterieuze wijze teruggeroepen naar Narnia,
maar deze wereld is heel anders dan de wereld die ze na hun laatste
avontuur hadden verlaten. De goedaardige wezens van Narnia verbergen
zich voor de meedogenloze Koning Miraz. De enige hoop voor deze vroeger
vredige wereld is de samenwerking van de Pevensies en Prins Caspian, de
neef van Miraz en de ware heerser van Narnia. Regisseur Andrew Adamson
heeft een jaar lang naar de juiste acteur gezocht voor deze
superbelangrijke titelrol en hij heeft veel kandidaten uit Europa,
Australië en Noord- en Zuid-Amerika gesproken, voordat hij
zijn prins had gevonden: de 26-jarige Britse acteur
Ben Barnes,
die daarvoor voornamelijk in theaterstukken had gespeeld, naast een
kleine rol in de fantasiefilm Stardust.
INTERVIEW MET BEN BARNES
V: Jij bent verkozen boven een enorm aantal andere jonge acteurs om de
rol van Prins Caspian te spelen. Was het een langdradig auditieproces?
BB: Ik ben pas heel laat op de proppen gekomen, omdat de regisseurs en
producers al een hele tijd hadden gezocht. Iemand heeft
één van mijn theatervoorstellingen in Londen
gezien en nodigde mij uit om de castingdirecteur te ontmoeten
– gewoon om twee scènes voor te dragen. Toen heb
ik de regisseur Andrew Adamson ontmoet en alle producers en heb de week
erna een screentest gedaan. Vier dagen later kreeg ik de rol
aangeboden. Het is dus allemaal heel snel gegaan.
V: Wat is de beste manier
om Prins Caspian te beschrijven aan iemand die het boek niet heeft
gelezen?
BB: Nou, ik vind hem grandioos, omdat hij van alle markten thuis is en
hij iedereen met zich meesleept in zijn avonturen. Je voelt je
betrokken bij hem en je weet precies wat hij voelt: voelt hij zich
kwetsbaar, dan voel jij dat ook en als hij zich sterk voelt, voel jij
hetzelfde over alles wat er gebeurt. Prins Caspian is ook een eerlijke
man, en daar houd ik wel van.
V: Heb je je op een
speciale manier op de rol moeten voorbereiden?
BB: Eigenlijk was er niet veel tijd om me voor te bereiden, omdat ik de
rol zo laat kreeg aangeboden. Ik stapte letterlijk in Nieuw-Zeeland uit
het vliegtuig en 20 minuten later zat ik op een paard om voor de stunts
te trainen. Dat duurde acht weken en soms was dat best wel zwaar.
V: Had je de
Narnia-boeken gelezen voordat je deze rol kreeg?
BB: Ik kende de eerste drie boeken uit de serie: De leeuw, de heks en
de kleerkast, Prins Caspian en De reis met het drakenschip. Ik herinner
me ook dat ik een BBC-serie over De reis met het drakenschip had
gezien. Ik had precies de juiste leeftijd en de boeken spraken mij
enorm aan. Toen ik voor het eerst over de auditie voor deze film
hoorde, heb ik mijn oude exemplaar van Prins Caspian uit de boekenkast
gehaald, met een publicatiedatum van 1989. Ik was dus acht jaar oud. Ik
had zelfs een kleine sticker op de omslag geplakt met daarop "I can't
bear to be without my books" met een afbeelding van een beer en
daaronder stond "Benjamin Barnes" in mijn eigen handschrift van toen ik
acht was.
V: Jij bent een stuk
ouder dan het personage van Prins Caspian uit het boek. Waarom denk je
dat dat zo is?
BB: De mensen die de boeken kennen, denken meestal dat Prins Caspian
een jonge jongen is, maar voor de film was het een goed idee om hem wat
ouder te maken, deels omdat alle acteurs die de Pevensie-kinderen
spelen er nu ook een stuk volwassener uitzien. De enige beschrijving
die Andrew Adamson en ik in het boek konden vinden, was het moment dat
Peter Caspian voor het eerst ziet. Hij noemt hem "een jongen van
ongeveer zijn eigen leeftijd". Aan het begin van het boek had Caspian
een kindermeisje en lijkt hij erg jong te zijn, maar in het volgende
hoofdstuk praat hij met zijn leraar en mentor Dr. Cornelius en lijkt
hij plotseling veel ouder. Hij stelt ook vragen die niet erg bij een
13-jarige jongen passen. Hoe het ook zij, we hebben besloten dat hij in
de film ongeveer 17 is. Ik ben natuurlijk ouder, vandaar dat ik me
tweemaal per dag moet scheren.
V: Was je de eerste dag
op de filmset erg nerveus?
BB: Nou, mijn eerste scène was dat ik door mijn paard werd
voortgetrokken omdat mijn voet in de stijgbeugel vast zat, nadat ik aan
het begin van de film van mijn paard was gevallen. Ik lag dus op mijn
rug in het bos en werd door een stuntman meegetrokken. Ik had gewoon
geen tijd om nerveus te zijn. Gelukkig is Andrew een regisseur die een
film in chronologische volgorde wil opnemen. Het kwam dus goed uit dat
ik mij de eerste twee weken nogal overdonderd voelde, omdat dat precies
past met de situatie van Caspian aan het begin van de film, wanneer hij
voor het eerst de Narnia wereld in moet en zich realiseert hoe slecht
zijn oom wel niet is.
V: Jij was duidelijk de
nieuweling, aangezien veel acteurs en andere medewerkers elkaar al
kenden van De leeuw, de heks en de kleerkast. Hoe vond je
dat?
BB: Anna, William, Skandar en Georgie die de Pevensie-kinderen spelen,
vormen een hecht team, maar ze wisten dat er een nieuw personage bij
zou komen en ik geloof dat ze er wel op voorbereid waren. Ze waren
enorm hartelijk. Natuurlijk zijn Caspian en Peter grote rivalen van
elkaar in de film, en op de een of andere manier was dat ook het geval
tussen Moseley en mij. We konden heel goed met elkaar opschieten en we
hebben hetzelfde gevoel voor humor, maar het is ook duidelijk dat we
allebei graag willen winnen.
V: Uit de trailer blijkt
dat er prachtige kostuums in deze film worden gedragen. Hoe belangrijk
is dat voor jou om in je rol te komen?
BB: De kostuums helpen daar enorm bij. Iemand vroeg me onlangs hoe ik
mij in mijn rol van prins inleef en toen herinnerde ik mij
één van de scènes aan het begin van de
productie toen ik op een enorm prachtig zwart paard zat, gekleed in
wapenrusting, een zwaard in mijn hand, in het binnenhof van een enorm
kasteel met duizenden mensen om me heen. Ik vraag je, wat heb je nog
meer nodig om je een prins te wanen? En de kostuums zijn ongelooflijk.
De details zijn gewoonweg fantastisch. Ik zou willen dat iedereen deze
kleding van dichtbij kon zien.
V: In Prins Caspian zijn
er ook enkele CGI-personages, die met de computer zijn gemaakt. Hoe was
het om met personages samen te werken die niet echt aanwezig waren?
BB: Dat was helemaal nieuw voor mij. De eerste scène die ik
moest doen met een CGI-personage was met Trufflehunter, de das. Om het
gemakkelijker te maken, trok één van de
assistenten van Andrew Adamson een limoengroen pak aan, een bivakmuts,
handschoenen, en zo en hobbelde over de grond op haar knieën,
net als een das.
V: Wat was voor jou het
moeilijkste onderdeel van de verfilming van Prins Caspian?
BB: Ik vond veel erg moeilijk. Paardrijden, bijvoorbeeld en gewoon
alles, omdat het mijn eerste grote film was, maar ik heb ongelooflijk
veel steun gekregen. Ik ben vooral blij dat ik met Andrew Adamson heb
mogen samenwerken. Hij moedigde me voortdurend aan, was altijd happy en
vriendelijk en hij heeft een visie die verder strekt dan die van andere
mensen. Hij verbaasde mij voortdurend. Op een dag waren we een
scène aan het filmen met wel honderd figuranten die in een
binnenhof aan het vechten zijn. Hij stapt op me af en vraagt: "Jouw
riem was in het vierde gaatje in de vorige scène, toch niet
in het derde?" En dan denk je: hoe ziet-ie dat? Er staan talloze
figuranten op de filmset, allerlei camera's en special effects-mensen
enzovoort, hij moet ervoor zorgen dat het verhaal goed wordt verteld en
toch merkt hij de kleinste details op. Hij is gewoonweg de perfecte
regisseur voor deze film.